"Hij heeft meer energie nodig"... of toch niet?
Heb jij het gevoel dat je paard te weinig energie heeft in je trainingen?
Traag reageren op hulpen, loomheid, net dat extra beetje pit missen… Voor veel eigenaren is dit herkenbaar. De reflex lijkt dan vaak ook logisch: “Hij heeft meer energie nodig, dus ik ga wat extra krachtvoer bijgeven.” Maar toch is dit juist géén goede keuze.
Het probleem ligt bij deze paarden namelijk bijna nooit in een tekort aan energie-inname, maar wel in de manier waarop het lichaam met die energie omgaat. Eén van de mogelijke oorzaken is dan ook een verstoring in de suikerstofwisseling, ook wel insulineresistentie genoemd.
En nu denk je vast “nee joh, mijn paard is helemaal niet dik”… Lees dan toch maar even verder want insulineresistentie komt vaker voor dan je denkt - ook bij sportpaarden die ogenschijnlijk in goede conditie staan.
De basis: hoe energie normaal in het lichaam werkt
Even heel kort door de bocht (ik zal jullie de lange uitleg besparen)… Wanneer een paard suiker en zetmeel opneemt via de voeding, worden deze in de darmen afgebroken tot glucose. Deze glucose komt vervolgens in het bloed terecht en zorgt daar dus voor een stijging van de bloedsuikerspiegel (de hoeveelheid suiker in het bloed).
Het lichaam reageert hierop door insuline vrij te geven. Insuline werkt als een soort van sleutel die ervoor zorgt dat glucose vanuit het bloed de cellen binnen kan, waar het gebruikt wordt als energiebron - onder andere door spiercellen tijdens beweging.
In een gezond systeem verloopt dit proces vlot en efficiënt.
Wanneer het systeem begint te haperen: insulineresistentie
Wel, bij insulineresistentie reageren de cellen minder goed op insuline. De sleutel past dus minder goed, waardoor glucose moeilijker opgenomen kan worden in de cellen. Het lichaam probeert dit te compenseren door juist extra insuline aan te maken, maar de opname blijft minder efficiënt. Daardoor krijgen vooral de spiercellen een minder stabiele en minder bruikbare energievoorziening.
Van energie op papier naar energie in de praktijk
Hoewel er voldoende (of soms zelfs te veel) energie aanwezig is in het bloed, kan het lichaam die energie dus niet goed benutten.
Vooral de spiercellen ondervinden hier hinder van. Dit kan leiden tot:
- sneller vermoeid maken
- minder uithouding
- moeilijkere spieropbouw
- tragere recuperatie na inspanning
En dit wordt dan voor jou en je paard in de training weer vertaalt naar:
- moeilijk voorwaarts gaan
- weinig impuls
- een zwaarder gevoel
- snel “leeg” zijn tijden het trainen
- moeilijker herstellen na de training
Je paard is dus niet gewoon lui, maar is fysiek niet in staat om voldoende energie te leveren.
Maar waar begint het probleem echt?
Om te weten hoe je insulineresistentie kan aanpakken, is het belangrijk om te weten waardoor het ontstaat.
Als eerste ligt een belangrijke oorzaak in het voedingsmanagement. Paarden zijn van nature metabolisch ingesteld op een continue aanvoer van glucose via vezelrijk ruwvoer, waardoor de bloedsuikerspiegel vrij stabiel blijft. In onze praktijk krijgen paarden nog vaak “maaltijdporties”, dus geen continue aanvoer van vezelrijk ruwvoer maar wel porties krachtvoer die voor hogere én snellere stijgingen van het glucosegehalte in het bloed zorgen. Het lichaam moet dan dus al herhaaldelijk sterkere inuslinepieken produceren om de bloedsuikerspiegel weer te normaliseren. Op lange termijn kan deze herhaaldelijke belasting dus voor uitputting zorgen.
Een tweede factor ligt ook in de kwaliteit van het ruwvoer dat we aan onze paarden aanbieden, wat vaak suikerrijker en minder divers dan gewenst.
Maar ook chronische stress en te weinig (vrije) beweging spelen een grote rol. Al ga ik hier in deze blog niet verder op in.
Waarom extra krachtvoer het probleem net versterkt
Wanneer je dus in deze situatie nog extra krachtvoer (met een hoog suiker- en zetmeelgehalte (>10%) voert, veroorzaak je juist nog meer schommelingen in de bloedsuikerspiegel terwijl het systeem al ontregeld is.
Je voert dus meer energie aan, maar het lichaam van je paard krijgt dit niet verwerkt en omgezet.
De signalen die je niet mag negeren
Suikerstofwisselingsproblemen worden jammer genoeg niet altijd herkend bij paarden, zeker niet in een vroege fase. Het proces begint namelijk heel geleidelijk aan. Je zal dus niet meteen grote signalen bij je paard opmerken. Wat je wel al kan opmerken zijn vaak subtielere veranderingen in energie en gedrag. Het paard kan wat vlakker aanvoelen in de training, minder voorwaarts zijn of sneller “leeg” raken. Ook herstel na inspanning kan iets trager verlopen of het paard kan wisselend presteren: de ene dag goed, de andere dag opvallend minder.
Sommige paarden krijgen moeite met het reguleren van hun lichaamsgewicht, met vetopslag op typische plaatsen zoals de manenkam, schouders of boven de staartaanzet. Tegelijk kunnen ze ook een minder functionele bespiering ontwikkelen: sommige paarden lijken op het eerste zicht zelfs gespierd, maar dit is niet altijd echte, functionele spieropbouw maar wel een ophoping van vet en afvalstoffen.
Ook speelt bij insulineresistentie de kwaliteit van bindweefsel (fascia) in het lichaam een rol. Door verstoringen in de stofwisseling en een opslag van afvalstoffen worden weefsels stijver. Dit kan zich uiten als een algemeen strak lichaam, waarbij een paard minder los door het lichaam beweegt en minder ‘elastisch’ is.
Nog enkele tekenen die je kan zien zijn:
- constant honger, drang naar eten
- opgeblazenheid
- meer zweten
- angstiger, schrikkeriger gedrag
- jeuk
- concentratieproblemen
- meer drinken en plassen
In ernstigere gevallen ligt hoefbevangenheid op de loer…
Wat als je dit herkent bij jouw paard?
Wanneer je één of meerdere van deze signalen bij je paard herkent, is het belangrijk om niet alleen naar de symptomen afzonderlijk te kijken, maar het geheel in beeld te brengen. Energiehuishouding, voeding, training en lichaamsgebruik hangen namelijk sterk met elkaar samen.
Via een balans- en bewegingsanalyse help ik je om dat totaalplaatje helder te krijgen. We kijken niet alleen naar hoe je paard beweegt, maar ook naar waar compensaties, spanningen en inefficiënties in het lichaam zitten en hoe dit mogelijks gelinkt is aan het management en de stofwisseling. Zo wordt duidelijk wat de onderliggende oorzaken kunnen zijn, in plaats van alleen rekening te houden met de zichtbare gevolgen.
Op die manier kan je gerichter aan de slag met wat jouw paard écht nodig heeft om opnieuw meer balans, soepelheid en functionele energie in de beweging te krijgen.
Reactie plaatsen
Reacties